1706 Apr 2 (letter 17 - Petrus Kalden) - page 66

66

't hospitaal of siekenhuijs door den krankbesoeker
gelesen word, dat noijt voor heen ook geschiet is. //

// <daar manqueert maar
seer geëerde medebroeder
een hulp en medearbijder
in so grote oest en wijn-
gaart waar in wij afsl[owe].> (inserted in the left margin)

[D]og [tareest] eerw: heeren dat hier nog ontbreekt, is dat
dese hijdense natie of Hottentotten nog sitten in so
een duijstere oncunde, buyten kennis vanden waren God,
en vreemdelingen vande verbonden der genaden, hebbe mijn
vlyt 'tsedert mijn aanwesen al aangewent om haar
taal mij ijgen te maken, en so ver geavanceert in
woorden, dat indien een jaar of anderhalf mogt afson-
deren om deselve tot meerder volmaakthyd te brengen,
souden mij durven sterk maken om [dese] Africander
daar in dienst te doen, geve dat eerw: heeren in
bedenking, hebbe dan ook over aan d'edele
hoog agtbare heren bewintheberen geschreven.

Dit is cortelyk eerw: heeren 't geen de staat van
myn kerk in dit uyterste gedetlte (sic) van Africa betreft
d'Algenoegsame wil die meer en meer uytbrijden, en met
Syn genaden invloet overstromen, dat ook de hydenen
in de schoot van Jesu Kerk mogen geboren worden.
Wij blijven na toewenschinge vander [mi]lden zeegen vanden
God aller zeegeningen over ue: eerw: persoonen
en hijlige diensten.

Eerw: godzalige, hooggeleerde, wijse
en bescheijdene medebroederen in Christo

Ue: eerw: seer genegen en dienstwillige dienaar
en medebroeder in Christo

Uyt aller naam en last
Petrus Kalden, eecl: ibiden

Cabo den 2 april 1706
<Caep 1706> (cut out from the envelope and pasted on this page]

Email