1703 (Hendricus Beck) - p. 59

59

Voorts gelijk wij in de mogentheid des Heeren niet sullen nala-
ten onse pligt te betragten, soo willen wij ook onse God bidden,
dat hij het werk van Sijne dienare alomme, en bysonder dat
van u.e.e.[w]. h:rn en vad:r zegene, en u.e.e.w. H:n en vad:n in Sijn
heilige en vaderlicke hoede neme, terwijl wij sijn enblyven

Veelerw: heeren en vaderen.

Print Email