1703 (Hendricus Beck)


59

Voorts gelijk wij in de mogentheid des Heeren niet sullen nala-
ten onse pligt te betragten, soo willen wij ook onse God bidden,
dat hij het werk van Sijne dienare alomme, en bysonder dat
van u.e.e.[w]. h:rn en vad:r zegene, en u.e.e.w. H:n en vad:n in Sijn
heilige en vaderlicke hoede neme, terwijl wij sijn enblyven

Veelerw: heeren en vaderen.



notes:

The text on this page is written in the same handwriting as letter 15 and seems to be part of that letter. It may fit inbetween page 60 and 61.


Source: Stadsarchief Amsterdam, Archief van de Classis Amsterdam van de Nederlandse Hervormde Kerk: Ingekomen stukken betreffende kerkelijke zaken op Kaap de Goede Hoop,1655 -1792

Citation: NL-SAA, archiefinventaris 379, inventarisnummer 206, p. 59 

Print