1703 Apr 4 (letter 15 - Hendricus Beck) - p. 60

60
(1703 Kaap B. ? written in pencil)

 

Cabo de Goede Hoop 4 Aprill
1703

Eerw: heeren en vaderen,

Gelijk een burger van Sion de welstant van 't Jerusalem Gods
ter herten gaat, soo veel te meer agten wij 't de geestelicke
gestelde wagters op des selvs muuren, en bijsonder ueveelerw:
h: en vad:n ten hoogsten aangenaam de staat van de gemeente J.C.
op desen uythoek van Africa aan Drakestein te verstaan.
In dese gemeente, sterk ruym hondert ledematen hebben wij
de plaat van d'eerw. predicant Simonz vervult, onsen dienst
aanvaart, veel godsdienstigheyd in 't opkoomen van Gods woort
bespeurt. Te wensen ware het, dat de gemeente die meer als
twederdepart Fransen sijn, de Duyts taal, immers in een leerred[en]
beter verstonden, op dat haar, bij gebrek van die taalkunde
geen traagheid of kleinagtinge omtrent de godsdreeft bekruypen
en haar alt[enskens] den openbaren godsdienst onttrecken mogten.

En gelyk wij hebben begonnen, soo gaan wij ook nog onse gemeente
voor in den gebede, blyven bedig in 't verkondigen van Gods woort
en 't toedienen van de heilige bonttekenen op sijn tyd.

Dog dewijl de gemeente wel seven uuren verspreit, meest Franse,
haar kinderen geen of weinig Duits verstaan, soo is 't voor als
nog (:hoe nodig en wenselik anders:) schier onmooglik immers swaar
geweest catechisatie aan te stellen, daar wij even[we]l onse sorge
over laten gaan en werk van maken sullen.

Na een redelicke [a]enprijsselicke geloofsbelydenis voor de ge-
meente hebben wij een van Muhammedaanse ouders gebooren
tot een proselijt, en lid van het verborgen lighaam J.C. aange-
nomen. Het ware te wensen dat onse grote God en
herder der schapen de oude opgeseten deses lants (:de Hotten-
tots:) tot de schaapskooje van Jesus gelievde te brengen,
op dat ook Cham niet weer een knegt der knegten sijn mogt,
't geen ere te wensen, maar niet ald door d'Almogende hand
van onse barmhertigen God op die tyd, wanneer de volheid
der heidenen sal ingaan, schijnt te konnen geschieden.

 

Print Email