1707 Mar 17 (Annex 'D' #24 - Stellenbosch KR to landrost Starrenberg) - p. 84

84

satie verleent hebben om deselve te bevestigen
en derhalven wijl die persoonen de goet keuringe,
haar bedieningen en last van haar hooge
overigheyt hebben, soo kan nogh vermagh de
k:kraad haar sonder blijkelicke ongehoorsamheijd
tegen haare hooge overigheijt te begaan
van de k:kelijke bedieninge niet afsetten; in
tegendeel sijnse verpligt het bevel van haar hooge
overigheijt tot uitvoeringe te stellen, ten
waar er een uijtdrukkelijk verbod, en bekent-
makinge quam van die kant, diese eerste heb-
ben goetgekeurt, dat in deese gevallen niet
vermoedlyk is t[.] sullen geschieden, maar
se konnense van u:e niet vermagten; dewijl
het een minder collegie, nogh u:e niet betamelijck
sijn sou /ons oordeels/ de approbatie van
d' ed: heer gouverneur end' ed: agtb: politijken
raad te leur te stellen, voornamentlijk
dewijl u:e geen reden inschriptus voorgebragt heeft
als te vooren bij d' ed:le heer gouverneur en
raad bekent, die nogtans schriftelijk
d'approbatie verleent hebben.

Derhalven soo kan de k:kraad niet sien, hoe u:e
als officier aangemerkt dese gravamina bij de
k:kraad, als niet ter regter plaats, kond op peren
of als van een particulier uit consientie gedaan
/gelijk u:e mondeling en schriftelijke heeft gelie-
ven te seggen/ niet kan verwagten en aanneemen
alsoo u:e vande Augsburgse Confessie sijnde, in
opsigt van 't k:kelicke niets kond inbrengen,
gelijk 't bij de rooms of andere gesinden rn vreemt
en belaggelijk sijn sou, wanneer een
gereformeerde in haare kerke requringe eenige
persoonen censurabel oordeelde, en geremoveert
hebben wilde.

Print Email