1707 Mar 7 (Annex 'E' #25 - Landrost Starrenburgh to Henricus Beck) - p. 87

87

maar omme dat ick [ter] kerckke present
ben geweest; ende de afkondiging hebbe
aangehoort, dagt ik het mijne pligt
te sijn haar eerw:e kennise van
saken te geeven, waar van se andersints
konden pretendeeren onkundigh te zyn.
Andersints souden haar eerw:e meer
reedenen gehadt hebben te seggen
dat ik mij van mijn pligt niet
gequeeten had, dan nu dat ick
haar eerw:e door mijne aantooningh
doe afmeeten hoedaanige se sijn
soo se te onregte beschuldigt worden
waarom purgeerense haar niet, en
doen mij sulcx aantoonen ter plaatse
daar 't behoort.

Wat aangaat dat de ed:le h:r gouvern:r
en e: agtb: politijcquen raad dese
persoonen goed gekent hebben
daar op vraage ik, maar
tot wat eijnde de afkondinge ter
kerke is ingesteld, en gebruikt
wordt.

En op 't geene verder van 't betamen of
niet betamen ter neder staat
segge ik eenlijk als nogh, dat
het niet betaamd, sulke regenten
in de kerkke toe te laten.

(here damage to the page has been repaired but some of the text is still missing)

Waar in de Augsburgs Confes[sie] [...an]
die der gereformeerde [..ijnes...] [...en]
niet verschild [...]

Print Email