1707 Mar 7 (Annex 'E' #25 - Landrost Starrenburgh to Henricus Beck) - p. 88

88

Waar [uit] kunnen haar eerw:e vast
stellen dat ick van de Augburgse
Confessie ben, anders dan dat
mijne vader is Luijtersch geweest.
Dat is daarom geen vast gevolgh
de zoon oock, en magh daarom
den eerw:e kerkenraad van geene
saken informeeren, die hem beeter
dan haar eerw:e bewust zijn
omme dus voor te komen dat er door
ignorantie geen mistasting geschieden.
Uijt dien hoofde is sijne stuttingh
ongefundeert.

Dieshalven sullen en moeten hun eerw:de
daarmeede voortgaan
en dat wel uijt respecte tot de
hooge overigheijt, niet waar eerw:de
heer.

Ick segge dat het tegen de hooge overigheijt
is, waarteegens sij misdreeven hebben
en dat het uijt respecte voor
dieselve hooge overigheijt is, dat ik
die twee persoonen voor geene deugdsaame
mannen erken, maar nogh als
vooren blijf protesteeren van alle
de gevolgen die op hunne eerw:e
resolietien en gedoente in deese saak
moogen vallen.
En sal ten dien sijnde mijne reedenen
verders anders voortdragen.
Ik ben met veel respect,
U:e eeerwaardens berijtwillg
dienaar en vriend
J. Starrenburgh

(handwriting of H. Beck)
gecol[a]trioneert en accoort bevond[en]
(signed)
Hendricus Beck V.D.M.
(signed)
[J.] Mulder
ouderling

Print Email